Iedereen die regelmatig op het internet surft of andere dingen doet met een internetverbinding is de afkorting IP vast wel eens tegengekomen. De afkorting IP staat voor Internet Protocol en is het protocol dat we wereldwijd gebruiken voor communicatie op het internet. Het wordt ook op vele andere netwerken gebruikt.

Het Internet Protocol bevat regels en afspraken die netwerken, computers en andere apparaten gebruiken om met elkaar te communiceren. Zo is in het Internet Protocol bijvoorbeeld vastgelegd welke pakketjes computers naar het netwerk sturen ze een verbinding willen opzetten en welke pakketjes ze bij het beƫindigen van de verbinding versturen.

Het Internet Protocol is eigenlijk een vrij onbetrouwbaar protocol, omdat er geen confirmatie van pakketjes wordt gestuurd en daarnaast wordt de inhoud van de pakketjes ook niet gecontroleerd op fouten. Het is dus zo dat een computer die een pakketje ontvangt niet aan de verzender zal laten weten dat het pakketje ontvangen is (ACK) en daarnaast zal de ontvanger alleen de header van het ontvangen pakketje bekijken en niet de inhoud.

Om deze tekortkoming te compenseren wordt het Internet Protocol meestal gebruikt in combinatie met het TCP protocol. Dit protocol zorgt ervoor dat er meer controle plaatsvindt en dat er dus minder fouten en bufferoverflows optreden.

Computers die gebruik maken van het Internet Protocol zullen allemaal een adres krijgen op basis van het Internet Protocol. Dit adres wordt ook wel het IP-adres genoemd. Het IP-adres is een uniek adres waarmee een computer of apparaat binnen het netwerk kan worden geĆÆdentificeerd. Computers communiceren met elkaar op basis van het IP-adres.

IP-adressen bestaan op dit moment uit 32 bits. We splitsen het IP-adres meestal op in 4 groepen van 8 bits, die we naar het decimale stelsel omrekenen. Elk getal heeft op deze manier een waarde die tussen 0 en 255 ligt en het geheel wordt genoteerd met een punt tussen de getallen. Voorbeelden van juist genoteerde IP-adressen zijn 192.168.0.1 en 212.83.12.54.